Autobiografie en Bijbel

Onlangs vierde ik mijn 63ste verjaardag. Ik geef bij dit soort gelegenheden bij voorkeur geen groot feest en kon mij deze keer ook nog achter de coronamaatregelen verschuilen. Zo’n dag is altijd weer wel een moment van bezinning. Dat ging deze keer gepaard met het werk aan een nieuwe cursus “Gebruik van de Bijbel” in de predikantsopleiding van de PThU. Gezien een aantal heel kritische evaluaties in de afgelopen jaren had ik besloten het deze keer over een andere boeg te gooien. De predikanten in spe wil ik nu aan het denken zetten over de invloed van de biografie op het gebruik van de Bijbel. Wat nemen ze daarover waar in de gemeente waar ze stage lopen, met name bij hun stagebegeleider? En in hoeverre zijn ze zich bewust van de invloed van hun eigen biografie? Ik werd bij de voorbereiding ge├»nspireerd door een onderzoek daarover door Hans Snoek in het kader van ons centrum voor de contextuele interpretatie van de Bijbel, door de dissertatie van Ari Troost en door de recente uitgave van Bert Dicou en anderen over autobiografisch bijbellezen: Mijn held en ik.

Nadenkend over dit onderwerp besefte ik dat ik in feite heel mijn loopbaan als hoogleraar al met deze materie bezig ben. In feite ging namelijk mijn inaugurele rede in 2006 al over dit onderwerp. Na lange tijd heb ik de tekst daarvan weer eens gelezen en kunnen vaststellen hoeveel autobiografie ik daar heel bewust in heb verwerkt. Ook het destijds gepubliceerde artikel naar aanleiding van mijn komst naar Kampen in Trouw heb ik weer eens ingezien. Vanwege de weinig flatteuze foto had ik er weinig zin in, maar het viel me niet tegen (ook de foto niet). Het lijkt er op alsof ik nu na vele jaren dit thema, dat me dus na aan het hart ligt, pas echt op ga pakken. Ik was er via het centrum al wel mee bezig. Ik had er ook al wel wat over gepubliceerd naar aanleiding van de lezing met Nederlandse en buitenlandse studenten van de provocerende stelling in Prediker 9 dat met de dood alles uit is. Maar dat was allemaal niet heel systematisch.

Als je 63 wordt, ga je langzamerhand over je pensioen nadenken: nog vier jaar te gaan. Ik begin nu ook al wat meer idee te krijgen wat ik in die tijd nog ga doen.