Heilige verontwaardiging

Voor de afscheidsbundel van onze zeer gewaardeerde collega Gé Speelman werd ons gevraagd een essay te schrijven over een boek dat belangrijk voor je is geweest. Ik hoefde niet lang te denken welk boek dat voor mij was: het boek dat op mij als jongeling grote indruk had gemaakt, namelijk De graaf van Monte-Christo. Deze avonturenroman van Alexandre Dumas roept aan het begin je boosheid als lezer op over het vreselijke onrecht iemand aangedaan. Des te groter is het genoegen dat er uiteindelijk toch recht wordt gedaan. In feite een simpel gegeven, dat in veel boeken en films wordt herhaald. Het thema van de zoete wraak werd later voor mij weer belangrijk door het bestuderen van de profetie van Nahum. Dat leerde mij hoe belangrijk het is om te blijven geloven en dus te hopen dat zelfs het grootste kwaad uiteindelijk nog gewroken zal worden. Dat helpt tegen onverschilligheid en tegen cynisme. Verontwaardiging over het slechte moet je niet te snel opgeven. Soms is het zelfs iets heiligs.

Schrift: Groene theologie en digitalisering

Het onlangs verschenen nummer van Schrift is gewijd aan de groene theologie. Ik schreef er het Ten geleide voor en een artikel over de manier waarop een verbinding gelegd kan worden tussen de huidige ecologische problematiek en de manier waarop de kerkvaders over de natuur schrijven.

Inmiddels zijn we al weer bezig met het nieuwe nummer. Dat wordt het laatste dat in druk zal verschijnen. Ik kondig het daarin ook aan: Schrift gaat digitaal. Men zou het een ecologisch verantwoorde keuze kunnen noemen. We besparen er immers het nodige papier mee. De ware reden is natuurlijk dat het economisch niet meer verantwoord is. Dat kan men betreuren, maar het lijkt ook onvermijdelijk. Het is niet het enige tijdschrift dat er in deze tijd aan moet geloven (Tijdschrift voor theologie ging ons onlangs voor) en dat niet alleen op de theologische markt (zie het einde van tijdschrift als Vogue en Esquire). We zouden natuurlijk nog wel kunnen proberen om stug vol te houden, maar dat zal slechts uitstel van executie betekenen (uitzondering op de regel is ACEBT). Beter is het om vol te gaan voor de mogelijkheden die het platform theologie.nl ons biedt. We gaan het zien.

ACEBT Webinar Ezra & Nehemia

De Amsterdamse Cahiers leven nog. Dat mag een klein wonder heten bij de huidige kaalslag aan tijdschriften op het grensvlak van academie en samenleving. Dat heeft te maken met een kleiner wordende doelgroep, maar vooral ook met de digitalisering. Als redactie spelen we daarop in door het tijdschrift digitaal beschikbaar te maken. Tot onze verrassing blijkt er echter ook nog voldoende belangstelling te zijn voor fysieke exemplaren. We zijn nu dus hybride.

Geheel passend in dat kader is dat we nu ook de presentatie van het nieuwe nummer, over Ezra en Nehemia, online presenteren: via een webinar op donderdag 15 april 2021, 14.00-14.45 uur, via Zoom.
Men kan zich aanmelden (gratis) via info@societashebraica.nl.

Meer informatie over de inhoud is te vinden op societashebraica.nl. Via dat kanaal kan men het ook bestellen.

Overbruggende dromen

Voor het themanummer van Schrift over “dromen en dromers” schreef ik een bijdrage over het opmerkelijke fenomeen dat God zich in de Bijbel vaak via dromen openbaart aan mensen die niet tot het volk van God behoren. Denk maar aan de Egyptische farao, aan de Babylonische koning Nebukadnezar en aan de wijzen uit het Oosten. Dat geeft te denken. Voor mij geldt dat des te meer omdat ik juist in deze dagen de cursussen van de Leergang Bijbel mag verzorgen. Dit keer gaat het over de verhalen over Jozef in Genesis 37-50.

Jozef wordt door zijn broers smalend “meester dromer” genoemd. Het tekent de afstand die zij op dat moment voelen tussen hen en hun broertje dat voorgetrokken wordt door hun vader en ook nog suggereert dat God grootse dingen met hem voor heeft. In de loop van het verhaal wordt de afstand tussen hen en Jozef echter ook weer overbrugd. Daarbij spelen de verhalen over de manier waarop Jozef de dromer van de schenker en de bakker en de farao uitlegt een grote rol.

Over het algemeen kun je constateren dat de Bijbelse dromen overbruggen. Als God zich openbaart via een droom, wordt daarmee de afstand tussen hemel en aarde overbrugd. In de verhalen van Jozef en later ook Daniël helpen ze de afstand tussen mensen die vreemd zijn voor elkaar te overbruggen. Dromen dromen blijkt de manier te zijn om wat niet voor mogelijk gehouden wordt toch te realiseren. Het ontkracht ook iets wat ik aan het begin van dit stukje beweerde, namelijk dat God zich openbaart aan mensen die niet tot het volk van God behoren. Het feit dat God zich aan iemand laat kennen via een droom betekent namelijk dat hij/zij voor God geen vreemde is.

“Oordeel niet” – maar soms wel

“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt” (Mat. 7:1; NBG 1951), zo houdt Jezus ons voor. Ik citeer dit graag in een tijd waarin er voortdurend geoordeeld en geëvalueerd wordt. Er wordt vaak om een beoordeling gevraagd en er zijn mensen die het heel fijn lijken te vinden om hun (soms harde) oordeel over anderen te geven. Facebook is ook op dit verlangen gebaseerd. Ik doe daar liever niet aan mee, actief noch passief.

Toch is er soms geen ontkomen aan en word ik niet alleen beoordeeld, maar moet ik ook zelf oordelen. Ik word immers geacht mijn oordeel te geven over tentamens en werkstukken. Zo was ik de afgelopen week druk bezig met het beoordelen van teksten van masterstudenten over autobiografie en Bijbeluitleg. Het lezen daarvan was een prettige bezigheid en vrijwel altijd kon ik gelukkig ook een positief oordeel geven.

Aan het eind van de week was ik ook zelf aan de beurt. Deze keer betrof het geen evaluatie van een collegereeks, maar de recensie van mijn Engelse commentaar op het boek Rechters. In het wekelijkse overzicht van de Review of Biblical Literature verscheen tot mijn verrassing ook de titel van mijn vorig jaar omstreeks deze tijd gepubliceerde boek, gerecenseerd door Richard Nelson. Die heeft drie jaar geleden zelf ook een uitgebreid commentaar op dit Bijbelboek geschreven. Dat maakte het extra spannend, want in veel opzichten geef ik een andere interpretatie. Tot mijn opluchting las ik een goede samenvatting van mijn visie en van de opzet van het commentaar. Het valt hem ook op hoeveel aandacht ik besteed heb aan de geschiedenis van het onderzoek. In zijn eigen commentaar was geen ruimte voor bibliografische gegevens. Bij de overvloed aan secundaire literatuur kan dat ook als een voordeel worden gezien. Soms was ik wat dat betreft wel een beetje jaloers op hem. Des te gelukkiger ben ik echter nu met zijn oordeel. Ik overweeg om het ook op Facebook te zetten.

Autobiografie en Bijbel

Onlangs vierde ik mijn 63ste verjaardag. Ik geef bij dit soort gelegenheden bij voorkeur geen groot feest en kon mij deze keer ook nog achter de coronamaatregelen verschuilen. Zo’n dag is altijd weer wel een moment van bezinning. Dat ging deze keer gepaard met het werk aan een nieuwe cursus “Gebruik van de Bijbel” in de predikantsopleiding van de PThU. Gezien een aantal heel kritische evaluaties in de afgelopen jaren had ik besloten het deze keer over een andere boeg te gooien. De predikanten in spe wil ik nu aan het denken zetten over de invloed van de biografie op het gebruik van de Bijbel. Wat nemen ze daarover waar in de gemeente waar ze stage lopen, met name bij hun stagebegeleider? En in hoeverre zijn ze zich bewust van de invloed van hun eigen biografie? Ik werd bij de voorbereiding geïnspireerd door een onderzoek daarover door Hans Snoek in het kader van ons centrum voor de contextuele interpretatie van de Bijbel, door de dissertatie van Ari Troost en door de recente uitgave van Bert Dicou en anderen over autobiografisch bijbellezen: Mijn held en ik.

Nadenkend over dit onderwerp besefte ik dat ik in feite heel mijn loopbaan als hoogleraar al met deze materie bezig ben. In feite ging namelijk mijn inaugurele rede in 2006 al over dit onderwerp. Na lange tijd heb ik de tekst daarvan weer eens gelezen en kunnen vaststellen hoeveel autobiografie ik daar heel bewust in heb verwerkt. Ook het destijds gepubliceerde artikel naar aanleiding van mijn komst naar Kampen in Trouw heb ik weer eens ingezien. Vanwege de weinig flatteuze foto had ik er weinig zin in, maar het viel me niet tegen (ook de foto niet). Het lijkt er op alsof ik nu na vele jaren dit thema, dat me dus na aan het hart ligt, pas echt op ga pakken. Ik was er via het centrum al wel mee bezig. Ik had er ook al wel wat over gepubliceerd naar aanleiding van de lezing met Nederlandse en buitenlandse studenten van de provocerende stelling in Prediker 9 dat met de dood alles uit is. Maar dat was allemaal niet heel systematisch.

Als je 63 wordt, ga je langzamerhand over je pensioen nadenken: nog vier jaar te gaan. Ik begin nu ook al wat meer idee te krijgen wat ik in die tijd nog ga doen.

Vrede!

Deze week verscheen er in Vredesspiraal, het kwartaaltijdschrift van de vereniging Kerk en vrede een artikel dat ik samen met Pieter Vos schreef over de manier waarop wij in de opleiding aan de PThU het vredesvraagstuk aan de orde stellen. Het riep bij mij herinneringen op aan lang vervlogen tijden waarin heel veel mensen bevlogen bezig waren met de strijd voor vrede. Het was de tijd – al bijna 40 jaar geleden – dat men massaal de straat op ging om te protesteren tegen kernwapens. Het was de tijd waarin er lokaal allerlei activiteiten rondom oorlog en vrede werden ontplooid. In de plaatsen waar ik toen woonde – eerst in Nieuwleusen en later in Kampen – deden we bijvoorbeeld veel aan vredesopvoeding. Zo werkten we van onderop, via ouders en hun kinderen, aan een vreedzame samenleving. Een aantal jaren later – we woonden inmiddels in Monnickendam – was de vredesbeweging nog steeds actief. Ik leverde een bescheiden bijdrage via een stukje in een regionale nieuwsbrief. Ik was geen lid van de werkgroep en was waarschijnlijk als predikant uitgenodigd omdat het ging om het Kerstnummer. Mijn bijdrage aan het werken aan vrede lag in die tijd vooral in het bewaren van de vrede in de kerk, vooral bij de jaarlijks terugkerende strijd over het al dan niet uitreiken van de progressieve vredeskrant, dan wel zijn conservatieve tegenhanger.

Als ik beide artikelen met elkaar vergelijk zie ik – gelukkig – enige consistentie. Mijn herhaalde betoog is dat vrede begint waar mensen elkaar willen ontmoeten.

Black Lives Matter

Voor het Bijbelblog van de PThU schreef ik een bijdrage over het gebruik van de Bijbel in de discussies rondom racisme. Zoals zo vaak moet je constateren dat de Bijbel weerloos is: iedereen haalt er het zijne uit. De Bijbel komt nog het meest tot zijn recht wanneer hij gelezen wordt door mensen die hun leeservaringen met elkaar willen delen en die daarbij ook openstaan voor een gesprek over hun eigen (voor)oordelen. Eerder schreef ik over mijn goede ervaringen daarmee bij het lezen van een tekst uit het boek Prediker over de dood. Elke keer ben je weer verbaasd over de blinde vlekken waarvan je je niet bewust bent. Dat bleek overigens ook weer uit een reactie die ik kreeg op mijn Bijbelblog. Ik schreef over mijn ervaringen over samen lezen van de Bijbel met studenten uit het buitenland. Een Nederlandse moeder van zwarte kinderen vertelde me hoezeer haar kinderen in ons land te maken hebben met vaak indirecte vormen van racisme. Ik had het niet zo ver hoeven zoeken. Het bepaalde me ook bij het feit dat het toch wel opmerkelijk en bedenkelijk is dat we in de PThU een vrijwel geheel blanke studenten- en docentenpopulatie hebben.

Aanvulling: een bijgewerkte versie werd gepubliceerd in het tijdschrift Onderweg (januari 2021).

Jona uit de vis

Er is geen profeet die mij – naast Nahum – meer bezig houdt dan Jona. Dat heeft te maken met mijn werk aan het commentaar op Nahum. Beide profeten zijn het er roerend over eens dat Nineve als hoofdstad van de wrede Assyriërs streng gestraft moet worden. Alleen bij Jona ontspringen de inwoners van Nineve de dans. Het is boeiend om beide boeken te vergelijken en na te denken over hun plaats binnen het geheel van het boek van de Twaalf Profeten. Dat heb ik dan ook gedaan. Voor de Amsterdamse Cahiers schreef ik twee artikelen in het nummer over Jona in 2005: een overzicht van het onderzoek en een artikel over de manier waarop in de kunst het moment verbeeld wordt dat Jona de vis uit komt. In een recent nummer van Schrift heb ik dat weer opgepakt. Daarin besteed ik vooral veel aandacht aan preekstoelen in Oost-Europa in de vorm van de vis. De predikant komt daarbij als het ware uit de vis. De gedachte daarachter zal zijn dat de prediking hopelijk hetzelfde bewerkt als indertijd de (bijzonder korte) preek van Jona, namelijk een algehele bekering. In een nummer van de PThUnie legde ik via een oude prent de nadruk op hetgeen er met de profeet zelf gebeurde: als een nieuw mens kwam hij uit de vis. Overigens had Jona volgens het verhaal al veel eerder het goede voorbeeld kunnen volgen van de kapitein op het schip waarmee hij aan zijn opdracht probeerde te ontkomen. Ooit schreef ik daar iets over voor een Kamper studentenvereniging. Overigens werd ik naar aanleiding van mijn stukjes over Jona in de vis nog attent gemaakt op een opmerkelijke verwerking van dit thema in De onsterfelijke Pa Pinkelman (1952) door Godfried Bomans. Hij vertelt hoe Pa Pinkelman en de zijnen via een torpedo terecht komen in een vriendelijke walvis. Daar maakt tante Pollewop het zich gemoedelijk. Uiteindelijk komen ze er zonder problemen weer uit. De walvis wordt via een trein afgevoerd naar een museum in Moskou.

Simson in de film

Ik had ooit al eens over Simson en Delila in de film geschreven in het boek dat ik in 2004 samen met Cees Houtman schreef over de geschiedenis van de uitleg van Rechters 13-16: Ein Held des Glaubens?, met daarin een hoofdstuk over twee films. Daar kon ik onlangs dankbaar gebruik van maken voor mijn bijdrage aan het nummer van Schrift over Bijbel en media over de manier waarop figuren zoals Mozes, David en Simson als mooie mannen en tegenspeelsters als Batseba en Delila als nog mooiere, maar ook gevaarlijke vrouwen worden verbeeld. Dat ging vooral over oudere films. Onlangs werd daar een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd in een recente film over Simson. Men vroeg mij vanuit het Nederlands Bijbelgenootschap om daar een blog over te schrijven. Wat een slechte film!