De beste leider is een vrouw

De titel van dit bericht (dat ik schrijf in een periode dat er binnen de Christelijk Gereformeerde Kerken gediscussieerd wordt over de vrouw in het ambt) zou je kunnen zien als de boodschap van het boek Rechters. Vele leiders passeren daarin de revue. De eerste, Otniël, is misschien wel de beste. Er is in ieder weinig op hem aan te merken (zie 3:9-11). Daardoor blijft hij wel wat kleurloos en hij is ook duidelijk minder daadkrachtig dan zijn vrouw Achsa (zie 1:13-15). De andere leiders vallen in toenemende tegen. Er is er maar één die in alle opzichten voldoet. En dat is Debora. Zij lijkt van alle rechters en bevrijders ook nog het meeste op Samuël, die met Mozes en Jozua als de beste leiders van Israël gezien kan worden. In een bijdrage aan een bundel over het (her)schrijven van de geschiedenis in het oude Nabije Oosten betoog ik dat Samuël als prototype van de rechters opgevat kan worden. Net als Samuël combineert Debora haar functie als rechter met het ambt van profeet. Het zet je aan het denken over de bijbelse criteria voor goed leiderschap. Volgens velen (zoals in de Christelijk Gereformeerde Kerken) is dat gebonden aan het geslacht. Ze verwijzen daarbij naar Paulus. Ze achten het goed bijbels om dat voor altijd na te volgen. Maar is het niet ook goed bijbels om te bedenken dat God als het aankomt op de keuze voor een goede leider niet kijkt naar de buitenkant, maar naar het hart? Dat is trouwens ook iets wat Samuël nog moest leren (zie 1 Samuël 16:7). Dus wellicht komen de heren synodeleden nog tot inkeer.

Overigens zal het u als u de moeite neemt om naar de genoemde bijdrage te kijken opvallen dat in de bundel bijna alle bijdragen door mannen zijn geschreven. Tijdens het symposium dat eraan ten grondslag ligt was er zelfs geen één bijdrage door een vrouw. Daar is toen nog wel de nodige ophef over geweest. Eén (mannelijke) deelnemer trok zich daarom zelfs terug. De organisator verdedigde zich door aan te geven dat hij wel degelijk ook vrouwen had uitgenodigd, maar dat ze blijkbaar geen tijd of interesse hadden. Er waren overigens tijdens het symposium wel vrouwen aanwezig. En zij beperkten zich niet tot het schenken van koffie (zoals dat wel gebeurt in de synodevergadering van de CGK; zie de foto bij dit artikel in het Reformatorisch Dagblad!).

Wat maakt Debora dan zo’n goede leider? Volgens het verhaal is dat het feit dat zij luistert naar God en vervolgens ook in actie komt. De man die dat zou moeten doen, Barak, durft dat niet aan. Debora laat hem er niet mee weg komen. Ook de stammen van Israël spoort zij aan om niet in hun aarzelingen te blijven steken.

De Debora’s van nu hebben gelukkig al heel wat stammen binnen de Gereformeerde gezindten in beweging gebracht; onlangs nog de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Ik ben benieuwd met wie de Christelijk Gereformeerde stam zich het beste laat vergelijken: met Ruben die niet meedeed, “want zijn overleggingen waren vele” (Rechters 5:16) of met Zebulon, “dat zijn leven op het spel zette” (5:18) door zich niet te laten leiden door de dreigingen van de internationale “broeders”.