Aan tafel!

Dit is het jaarthema van de Protestantse kerk in Nederland. Dat wist ik nog niet toen ik alweer vier jaar geleden in zee ging met Evert-Jan Vledder, predikant in Hellevoetsluis, in het kader van de Societas Doctorum Ecclesiae. Dat is een onderdeel van de permanente educatie van de PKN waarbij gepromoveerde dominees (de doctores ecclesiae) worden uitgenodigd om samen met een medewerker van de PThU te werken aan een publicatie. Evert-Jan kwam met een onderzoeksvoorstel waarin hij stelling wilde nemen tegen de veel gehoorde bewering dat godsdienst bijdraagt aan of zelfs veroorzaker is van geweld. Dat tegengeluid wilde hij vooral baseren op het werk van Dominique Crossan over de historische Jezus. Dat Evert-Jan aan mij werd gekoppeld – ondanks het feit dat hij bij het Nieuwe Testament wilde inzetten – had te maken met mijn eerdere werk op het gebied van godsdienst en geweld. Onze samenwerking resulteerde in een artikel dat onlangs verscheen in Kerk en Theologie. Het gaat vooral in op het idee van de positieve uitwerking van een breed ingezette tafelgemeenschap. Dat is een effectief wapen tegen het wij-zij denken. Pas onlangs besefte ik dat we hiermee naadloos aansluiten bij het jaarthema van de PKN. Dat was reden om het artikel ook via de nieuwskanalen van de PKN onder de aandacht te brengen. De uitgever was daarbij zo vriendelijk om het artikel gratis online te zetten.

De geschiedenis herhaalt zich

Dit jaar word ik 65. Ik heb dus enig recht van spreken wanneer ik vast stel dat het inderdaad zo is dat de geschiedenis zich herhaalt. Ik zie dat op heel veel terreinen. Vaak is het onschuldig en ook wel vermakelijk; bijvoorbeeld als je ziet hoe je kinderen met hun partners en met hun kinderen omgaan. Soms is een beetje vermoeiend, bijvoorbeeld als je ziet hoe men op de universiteit het onderwijs en het onderzoek probeert te stimuleren door het elke keer weer op zo’n manier opnieuw te organiseren en te controleren dat het eigenlijke werk in het gedrang komt.

Ernstiger wordt het in groter verband. De wereldgeschiedenis laat het elke keer weer zien: machthebbers laten het recht van de sterkste gelden. En vaak komen ze er mee weg. Als je niet oppast schrijven zij als overwinnaars ook de geschiedenisboeken.

In het Bijbelboek Rechters is herhaling een bepalend thema. In een artikel voor de Journal for the Study of the Old Testament heb ik alle vormen van herhaling op een rijtje gezet. Bekend is vooral het zich herhalende patroon van Israël dat gestraft wordt door God vanwege zijn ontrouw door het in de hand van de vijand te geven, Israël dat zich bekeert en gered wordt door een door God gezonden rechter/bevrijder, waarna Israël weer in de fout gaat en alles weer opnieuw begint. Maar er zit nog veel meer herhaling in. De eerste hoofdstukken zijn een herhaling van het verhaal van de verovering van het land. Het verhaal over Simson bestaat uit twee parallelle delen. Dat geldt ook voor het boek Rechters als geheel, dat als een tweeluik is opgebouwd. De boodschap is duidelijk. In feite is het een vraag: hoe kan in hemelsnaam deze zich herhalende geschiedenis worden doorbroken?! Het antwoord volgt in het boek dat in de Hebreeuwse Bijbel hier op volgt. Wat nodig is, is een machthebber die zijn macht niet misbruikt. Zo iemand is zeldzaam. Dat leert de geschiedenis wel. Koning David kwam dicht in de buurt. Een nakomeling van David dan misschien?

Schrift: Groene theologie en digitalisering

Het onlangs verschenen nummer van Schrift is gewijd aan de groene theologie. Ik schreef er het Ten geleide voor en een artikel over de manier waarop een verbinding gelegd kan worden tussen de huidige ecologische problematiek en de manier waarop de kerkvaders over de natuur schrijven.

Inmiddels zijn we al weer bezig met het nieuwe nummer. Dat wordt het laatste dat in druk zal verschijnen. Ik kondig het daarin ook aan: Schrift gaat digitaal. Men zou het een ecologisch verantwoorde keuze kunnen noemen. We besparen er immers het nodige papier mee. De ware reden is natuurlijk dat het economisch niet meer verantwoord is. Dat kan men betreuren, maar het lijkt ook onvermijdelijk. Het is niet het enige tijdschrift dat er in deze tijd aan moet geloven (Tijdschrift voor theologie ging ons onlangs voor) en dat niet alleen op de theologische markt (zie het einde van tijdschrift als Vogue en Esquire). We zouden natuurlijk nog wel kunnen proberen om stug vol te houden, maar dat zal slechts uitstel van executie betekenen (uitzondering op de regel is ACEBT). Beter is het om vol te gaan voor de mogelijkheden die het platform theologie.nl ons biedt. We gaan het zien.

ACEBT Webinar Ezra & Nehemia

De Amsterdamse Cahiers leven nog. Dat mag een klein wonder heten bij de huidige kaalslag aan tijdschriften op het grensvlak van academie en samenleving. Dat heeft te maken met een kleiner wordende doelgroep, maar vooral ook met de digitalisering. Als redactie spelen we daarop in door het tijdschrift digitaal beschikbaar te maken. Tot onze verrassing blijkt er echter ook nog voldoende belangstelling te zijn voor fysieke exemplaren. We zijn nu dus hybride.

Geheel passend in dat kader is dat we nu ook de presentatie van het nieuwe nummer, over Ezra en Nehemia, online presenteren: via een webinar op donderdag 15 april 2021, 14.00-14.45 uur, via Zoom.
Men kan zich aanmelden (gratis) via info@societashebraica.nl.

Meer informatie over de inhoud is te vinden op societashebraica.nl. Via dat kanaal kan men het ook bestellen.

“Oordeel niet” – maar soms wel

“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt” (Mat. 7:1; NBG 1951), zo houdt Jezus ons voor. Ik citeer dit graag in een tijd waarin er voortdurend geoordeeld en geëvalueerd wordt. Er wordt vaak om een beoordeling gevraagd en er zijn mensen die het heel fijn lijken te vinden om hun (soms harde) oordeel over anderen te geven. Facebook is ook op dit verlangen gebaseerd. Ik doe daar liever niet aan mee, actief noch passief.

Toch is er soms geen ontkomen aan en word ik niet alleen beoordeeld, maar moet ik ook zelf oordelen. Ik word immers geacht mijn oordeel te geven over tentamens en werkstukken. Zo was ik de afgelopen week druk bezig met het beoordelen van teksten van masterstudenten over autobiografie en Bijbeluitleg. Het lezen daarvan was een prettige bezigheid en vrijwel altijd kon ik gelukkig ook een positief oordeel geven.

Aan het eind van de week was ik ook zelf aan de beurt. Deze keer betrof het geen evaluatie van een collegereeks, maar de recensie van mijn Engelse commentaar op het boek Rechters. In het wekelijkse overzicht van de Review of Biblical Literature verscheen tot mijn verrassing ook de titel van mijn vorig jaar omstreeks deze tijd gepubliceerde boek, gerecenseerd door Richard Nelson. Die heeft drie jaar geleden zelf ook een uitgebreid commentaar op dit Bijbelboek geschreven. Dat maakte het extra spannend, want in veel opzichten geef ik een andere interpretatie. Tot mijn opluchting las ik een goede samenvatting van mijn visie en van de opzet van het commentaar. Het valt hem ook op hoeveel aandacht ik besteed heb aan de geschiedenis van het onderzoek. In zijn eigen commentaar was geen ruimte voor bibliografische gegevens. Bij de overvloed aan secundaire literatuur kan dat ook als een voordeel worden gezien. Soms was ik wat dat betreft wel een beetje jaloers op hem. Des te gelukkiger ben ik echter nu met zijn oordeel. Ik overweeg om het ook op Facebook te zetten.

Vrede!

Deze week verscheen er in Vredesspiraal, het kwartaaltijdschrift van de vereniging Kerk en vrede een artikel dat ik samen met Pieter Vos schreef over de manier waarop wij in de opleiding aan de PThU het vredesvraagstuk aan de orde stellen. Het riep bij mij herinneringen op aan lang vervlogen tijden waarin heel veel mensen bevlogen bezig waren met de strijd voor vrede. Het was de tijd – al bijna 40 jaar geleden – dat men massaal de straat op ging om te protesteren tegen kernwapens. Het was de tijd waarin er lokaal allerlei activiteiten rondom oorlog en vrede werden ontplooid. In de plaatsen waar ik toen woonde – eerst in Nieuwleusen en later in Kampen – deden we bijvoorbeeld veel aan vredesopvoeding. Zo werkten we van onderop, via ouders en hun kinderen, aan een vreedzame samenleving. Een aantal jaren later – we woonden inmiddels in Monnickendam – was de vredesbeweging nog steeds actief. Ik leverde een bescheiden bijdrage via een stukje in een regionale nieuwsbrief. Ik was geen lid van de werkgroep en was waarschijnlijk als predikant uitgenodigd omdat het ging om het Kerstnummer. Mijn bijdrage aan het werken aan vrede lag in die tijd vooral in het bewaren van de vrede in de kerk, vooral bij de jaarlijks terugkerende strijd over het al dan niet uitreiken van de progressieve vredeskrant, dan wel zijn conservatieve tegenhanger.

Als ik beide artikelen met elkaar vergelijk zie ik – gelukkig – enige consistentie. Mijn herhaalde betoog is dat vrede begint waar mensen elkaar willen ontmoeten.

Black Lives Matter

Voor het Bijbelblog van de PThU schreef ik een bijdrage over het gebruik van de Bijbel in de discussies rondom racisme. Zoals zo vaak moet je constateren dat de Bijbel weerloos is: iedereen haalt er het zijne uit. De Bijbel komt nog het meest tot zijn recht wanneer hij gelezen wordt door mensen die hun leeservaringen met elkaar willen delen en die daarbij ook openstaan voor een gesprek over hun eigen (voor)oordelen. Eerder schreef ik over mijn goede ervaringen daarmee bij het lezen van een tekst uit het boek Prediker over de dood. Elke keer ben je weer verbaasd over de blinde vlekken waarvan je je niet bewust bent. Dat bleek overigens ook weer uit een reactie die ik kreeg op mijn Bijbelblog. Ik schreef over mijn ervaringen over samen lezen van de Bijbel met studenten uit het buitenland. Een Nederlandse moeder van zwarte kinderen vertelde me hoezeer haar kinderen in ons land te maken hebben met vaak indirecte vormen van racisme. Ik had het niet zo ver hoeven zoeken. Het bepaalde me ook bij het feit dat het toch wel opmerkelijk en bedenkelijk is dat we in de PThU een vrijwel geheel blanke studenten- en docentenpopulatie hebben.

Aanvulling: een bijgewerkte versie werd gepubliceerd in het tijdschrift Onderweg (januari 2021).

Pinksteren en de gebarentolk

Op Pinkstermorgen ging ik voor in Lux Mundi, de protestantse kerk in Lexmond. Gewaarschuwd door alarmerende berichten over de gevaren van samenzang, zelfs met kleine zanggroepjes, zocht ik naar een alternatief. Ik vond het in filmpjes van gebarentolk Ellen Both. Zij voorziet daarin bekende liederen in een goede muzikale uitvoering met gebaren. Een mooi voorbeeld is Psalm 68 van het Psalm Project. Juist door de prominente rol van de gebarentolk in de persconferenties tijdens de coronacrisis en juist op Pinksteren, het feest van de taal, leek me dat heel passend. Er was nog wel het probleem van de rechten. Je mag niet zomaar allerlei filmpjes vertonen via internet. Ik vroeg Ellen Both daarom om toestemming. Ze gaf die meteen. Heel vriendelijk. Dan nog was er het risico dat het niet door de beugel kon via het streamen via Youtube. Ook dat leverde echter gelukkig geen probleem op. Zodoende werd de dienst op bijzondere wijze “opgeluisterd” door mooie liederen in geluid en gebaar. Een bijzondere ervaring. Wat mij betreft blijft het niet beperkt tot deze ene dienst.

De beste leider is een vrouw

De titel van dit bericht (dat ik schrijf in een periode dat er binnen de Christelijk Gereformeerde Kerken gediscussieerd wordt over de vrouw in het ambt) zou je kunnen zien als de boodschap van het boek Rechters. Vele leiders passeren daarin de revue. De eerste, Otniël, is misschien wel de beste. Er is in ieder weinig op hem aan te merken (zie 3:9-11). Daardoor blijft hij wel wat kleurloos en hij is ook duidelijk minder daadkrachtig dan zijn vrouw Achsa (zie 1:13-15). De andere leiders vallen in toenemende tegen. Er is er maar één die in alle opzichten voldoet. En dat is Debora. Zij lijkt van alle rechters en bevrijders ook nog het meeste op Samuël, die met Mozes en Jozua als de beste leiders van Israël gezien kan worden. In een bijdrage aan een bundel over het (her)schrijven van de geschiedenis in het oude Nabije Oosten betoog ik dat Samuël als prototype van de rechters opgevat kan worden. Net als Samuël combineert Debora haar functie als rechter met het ambt van profeet. Het zet je aan het denken over de bijbelse criteria voor goed leiderschap. Volgens velen (zoals in de Christelijk Gereformeerde Kerken) is dat gebonden aan het geslacht. Ze verwijzen daarbij naar Paulus. Ze achten het goed bijbels om dat voor altijd na te volgen. Maar is het niet ook goed bijbels om te bedenken dat God als het aankomt op de keuze voor een goede leider niet kijkt naar de buitenkant, maar naar het hart? Dat is trouwens ook iets wat Samuël nog moest leren (zie 1 Samuël 16:7). Dus wellicht komen de heren synodeleden nog tot inkeer.

Overigens zal het u als u de moeite neemt om naar de genoemde bijdrage te kijken opvallen dat in de bundel bijna alle bijdragen door mannen zijn geschreven. Tijdens het symposium dat eraan ten grondslag ligt was er zelfs geen één bijdrage door een vrouw. Daar is toen nog wel de nodige ophef over geweest. Eén (mannelijke) deelnemer trok zich daarom zelfs terug. De organisator verdedigde zich door aan te geven dat hij wel degelijk ook vrouwen had uitgenodigd, maar dat ze blijkbaar geen tijd of interesse hadden. Er waren overigens tijdens het symposium wel vrouwen aanwezig. En zij beperkten zich niet tot het schenken van koffie (zoals dat wel gebeurt in de synodevergadering van de CGK; zie de foto bij dit artikel in het Reformatorisch Dagblad!).

Wat maakt Debora dan zo’n goede leider? Volgens het verhaal is dat het feit dat zij luistert naar God en vervolgens ook in actie komt. De man die dat zou moeten doen, Barak, durft dat niet aan. Debora laat hem er niet mee weg komen. Ook de stammen van Israël spoort zij aan om niet in hun aarzelingen te blijven steken.

De Debora’s van nu hebben gelukkig al heel wat stammen binnen de Gereformeerde gezindten in beweging gebracht; onlangs nog de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Ik ben benieuwd met wie de Christelijk Gereformeerde stam zich het beste laat vergelijken: met Ruben die niet meedeed, “want zijn overleggingen waren vele” (Rechters 5:16) of met Zebulon, “dat zijn leven op het spel zette” (5:18) door zich niet te laten leiden door de dreigingen van de internationale “broeders”.

Wijn als troost

Om de zoveel tijd worden er onderzoeksresultaten gepubliceerd waaruit blijkt dat het drinken van alcoholhoudende dranken gezond/een beetje gezond/ongezond is. Onlangs was het weer raak, maar het bericht dat een enkele glaasje wijn gezond is was ook al eerder tegengesproken, zoals in dit bericht uit 2010. In Trouw reageerde Ephimenco op 14 april met een hartstochtelijk pleidooi voor de erkenning van de zegeningen van wijn. Zijn uitsmijter was een verwijzing naar het wonder van Kana, waarbij Jezus water in kwalitatief uitstekende wijn veranderde. Bijbels is daar nog veel meer over te zeggen. Enige tijd geleden heb ik de teksten over wijn in de Bijbel en de wereld daaromheen op een rijtje gezet voor een studiedag van Ex Oriente Lux. Dit “Vooraziatisch-Egyptisch genootschap” gaat met zijn tijd mee. Het archief van zijn tijdschrift Phoenix staat inmiddels ook online. Daar is mijn bijdrage over “Wijn als troost in leven en in sterven” in nr. 37.1 (1991) ook te vinden. Het artikel staat ook mijn pagina met publicaties. Ik heb er nu ook een blog over geschreven voor de website van de PThU. Het werd ook gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 26 juni 2018.