Voor het nummer van 5 december van Centraal Weekblad mocht ik weer het commentaar van de redactie schrijven. Dan denk je in eerste instantie aan iets aardigs, in de geest van een Sinterklaasgedichtje. Daar maak ik graag werk van. In dat soort rijmerij zit vaak wel het nodige moralisme. Dat is nauwelijks te vermijden als men zich laat inspireren door een goedheiligman met een groot boek waarin alle daden van de mensen die hij bezoekt staan vermeld. Ter voorbereiding dook ik nog eens in de niet aflatende stroom aan actuele informatie die ons via internet worden aangeboden en in de misschien nog wel grotere stroom aan commentaar daarop. Ik werd getroffen door een heftige discussie op de website van Trouw over de mogelijk te lage straf voor een jonge misdadiger en besefte dat het wel heel verleidelijk is om op de rechterstoel plaats te nemen. Mensen spreken wel heel snel heel harde oordelen uit. Een beetje tegenwicht kan geen kwaad. En laat men ook eens naar zichzelf kijken. Daar zijn goede Bijbelse gronden voor (zie de titel boven dit stukje), maar die heb bewust achterwege gelaten, net zo goed als we blijkbaar Sinterklaas niet nodig hebben om ons moralisme bot te vieren.
Auteur: Klaas Spronk
Verandering?
Zo ongeveer eens per maand lever ik de tekst voor het ‘commentaar van de redactie’ in Centraal Weekblad. Daarbij probeer ik natuurlijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij de realiteit. De afgelopen week was dat moeilijk. Het was duidelijk dat bijna iedereen met belangstelling de verkiezingsstrijd in de USA volgde. Bij het verschijnen van het nummer van CW zou de uitslag bekend zijn. Het zou mooi zijn als ik daarop kon reageren. De kopij moet echter aan het begin van de week ingeleverd worden, op een moment dus dat nog niet zeker was wie zou gaan winnen. Ik stond voor de verzoeking om te gokken op de te verwachten overwinning van Obama. Waarschijnlijk zou de eindredacteur dat echter niet hebben toegelaten. Bovendien weet je ook maar nooit met die Amerikanen. Al eerder – tot tweemaal toe bij de verkiezing van George W. Bush – hebben zij laten zien heel anders te denken dan de gemiddelde Europeaan. Ik koos er dus voor om in te gaan op het door beide kandidaten centraal gestelde thema: verandering. Ik schreef er een zuinig stukje over. Misschien zou ik er, nu duidelijk geworden is dat Obama inderdaad gewonnen heeft, iets optimistischer over moeten zijn. Maar ik houd mijn twijfels. Het blijft mensenwerk en mensen moeten wel zelf willen veranderen.
Bidden
Lang geleden vroeg Klaas van der Kamp mij na een kerkdienst om de tekst van mijn gebeden, om die op de website van de Raad van Kerken te plaatsen. Ik kon hem toen niet van dienst zijn, want ik schrijf mijn gebeden doorgaans niet uit. Ik beloofde hem een en ander op papier te zetten. Daar kreeg ik spijt van. Het is makkelijker voor mij, zo ontdekte ik, om wetenschappelijke betogen te formuleren dan om gezeten achter de computer een gebed uit te schrijven. Pas kwam ik Klaas weer tegen en bevestigde ik onze afspraak. Het resultaat – een aantal gebeden die ik uitsprak tijdens twee kerkdiensten in Kampen op zondag 26 oktober 2008 – is nu te lezen op de genoemde website. Het was voor mij een goede oefening. Ook dit onderdeel van de liturgie verdient een zorgvuldige voorbereiding. Ik zie het ook als een training in het zoeken naar goede formuleringen. Voor mijn eigen beleving als voorganger is het belangrijk om me mede te laten leiden door de emoties van het moment en dus de gebeden niet vooraf uit te schrijven. Door het af en toe wel te doen word ik mij bewust van de keuzes die ik maak en kan ik voorkomen dat ik verval in al te gemakkelijk uitgesproken en daardoor wellicht holle frasen.
NBV Studiebijbel
Deze week is de NBV Studiebijbel officieel gepresenteerd. Het is een mooi boek geworden. Dat was ook wel te verwachten, want er is lang aan gewerkt. Dat kan ik weten, want ik heb er ook enkele stukjes aan bijgedragen en wel aan Nahum, Habakuk en Zefanja. De kopij had ik al twee jaar geleden ingeleverd. Behalve mijn bewondering voor de fraaie uitgave heb ik ook mijn aarzelingen. Dat geldt niet zozeer voor dit boek, maar meer de vraag of het wel verantwoord is een Bijbel uit te geven zonder goede begeleiding. De NBV verscheen in 2004. De studiebijbel met de hoognodige aantekeningen kwam pas vier jaar later. Dat had wel eerder gemogen. Over dit onderwerp schreef ik een stukje voor Centraal Weekblad.
De hemel en ons aardse leven
Voor het boekje Wie kan er aarden hier beneden?: over de betekenis van de hemel schreef ik een bijdrage over de manier waarop in het Oude Testament aangekeken wordt tegen de hemel. Ooit (in 1986) heb ik in mijn proefschrift betoogd dat het geloof in een leven na de dood en de hoop op Gods ingrijpen daarbij een veel grotere plaats innam in de godsdienst van het oude Israël dan de weinige teksten hierover in het Oude Testament doen vermoeden. Daar ben ik nog steeds van overtuigd. Dat neemt niet weg dat ook duidelijk is dat de lezer in het Oude Testament voortdurend naar het aardse leven wordt verwezen. Het geloof in een hemel en de hoop op een zalig leven na de dood staan niet op zichzelf. Het is niet zinvol om over dit onderwerp te gaan speculeren. Als erover gesproken wordt dan is het bedoeld om van daaruit de gelovige mens te helpen haar/zijn plek te vinden in dit aardse leven.
Over leesroosters en Jozef
Vandaag, op Israëlzondag, heb ik het leesrooster gevolgd en in de kerkdienst Matteüs 21:33-43 gelezen. Deze gelijkenis over de wijngaard met onwaardige pachters is een prima uitgangspunt voor een zinvolle gedachtewisseling over de moeilijke vraag naar de relatie tussen kerk en Israël. Minder enthousiast was ik over het begeleidende materiaal dat vanuit de dienstenorganisatie van de PKN aan de predikanten was aangeboden. Er zat nauwelijks lijn in en er leek in het exegetische deel onverantwoord geknipt te zijn. Ronduit storend is dat er niet echt gekozen wordt voor een passende lezing uit het Oude Testament. Er wordt volstaan met de vermelding wat er zo al op de verschillende leesroosters staat met een op de klank af geformuleerde poging ze in één zin aan elkaar te plakken.
Dat gebeurt ook met de in het alternatieve leesrooster genoemde lezing uit Genesis 37. Juist op deze zondag begint men met een doorgaande lezing van het verhaal van Jozef. Dat is een mooi initiatief, maar dat wil nog niet zeggen dat deze lezingen nu ook verbonden moeten worden met die uit het gebruikelijke leesrooster. Laat men zich liever concentreren op één verhaal.
Overigens draag ik mijn steentje bij aan dat laatste. Ik heb voor de maand november de exegetische en liturgische toelichting geschreven bij de lezingen uit Genesis 42-45 in Kind op Zondag.
Discussie rondom de doop
In de vergadering van de synode van de PKN van eind september werd er behalve over de mislukking van het nieuwe systeem voor ledenadministratie gelukkig ook nog gesproken over zaken die meer met de eigen aard van de kerk te maken hebben: over de doop en over de vraag hoe men om moet gaan met de vraag van mensen die zielsgraag bewust, als volwassene, gedoopt willen worden, maar daarvoor niet de ruimte krijgen omdat ze als kind zijn gedoopt. Daar was een degelijk rapport over geschreven. Binnen de Generale Raad van Advies hadden we daar positief kritisch naar gekeken en op gereageerd. Het haalde ook de voorpagina van Trouw. Tot mijn verrassing had een journalist er één element uit opgepikt: er wordt opgemerkt dat de doop meer is dan alleen maar een feestelijke gebeurtenis. Daar had hij van gemaakt dat de kerktop (dat woord alleen al!) tegen de doop als feest is. De doorgaans wel ingelichte Willem Breedveld verhief het tot een discussiepunt voor de lezers. Mijns inziens is dit ordinaire ruziezoekerij en dat heb ik ook geschreven in Centraal Weekblad. Inmiddels is ook een selectie van reacties geplaatst in de Trouw van zaterdag 4 september. Breedveld wenst nu de discussie af te sluiten met opnieuw een sneer naar die domme kerktop en stelt genadig voor om er nu maar zand over te gooien. Dat laatste moet wat mij betreft dan vooral gaan over die domme discussie in Trouw en niet over de echt belangrijke vragen rondom de doop.
Verwonderen en ontdekken
Vorige week werd het boek Verwonderen & ontdekken: Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs gepresenteerd. Daarin heb ik het hoofdstuk over het Oude Testament geschreven. Dat was een boeiende en leerzame ervaring. Ik ben gaandeweg enthousiast geworden over de in deze didactiek gepropageerde manier van het ter sprake brengen van het geloof en de verhalen die daarbij horen. Een van de hoofdgedachten is dat men hierbij het beste kan aansluiten bij het theologiseren van de kinderen zelf. Het begint met een goed gesprek met kinderen. De informatie die men wil doorgeven moet daarbij aansluiten. Dit heeft ook raakvlakken met de contextuele exegese van de Bijbel. Het leuke van het schrijven voor dit boek was ook dat voortdurend de theorie aan de praktijk gekoppeld moest worden. Als voorbeeld voeg ik hier bij wat ik schreef over de Psalmen. Daarin figureren een onderwijzer en een leerling. Ik heb ze genoemd naar één van mijn zoons, die op dat moment bij ons thuis was, en zijn vriendin.
Persoonlijk
In mijn werk als exegeet en docent exegese hecht ik er belang aan dat men bij de Bijbeluitleg persoonlijk durft te zijn. Wie meent objectief te moeten en te kunnen zijn loopt een grote kans om de lezer en ook zichzelf te misleiden. Als je begint te lezen heb je doorgaans al een idee van waar het over gaat en wat eventueel de boodschap zou moeten. Je kunt daar maar beter open over zijn. Dat geldt ook op veel andere terreinen. Maar er zijn ook grenzen. Die worden bereikt en vaak overschreden in de huidige hang naar informatie over het persoonlijk leven van bekende personen. Ik schreef er een stukje over in Centraal Weekblad.
De Bijbel functioneel
Voor het tijdschrift Handelingen, tijdschrift voor praktische theologie schreef ik een bijdrage over “Bijbel en praktijk in de protestantse traditie“. Het thema van dit nummer is “de Bijbel functioneel” en sluit daarmee aan bij de serie De Bijbel literair, De Bijbel spiritueel en De Bijbel vertaald, waaraan ik ook in toenemende mate heb bijgedragen. “De Bijbel functioneel” is een boeiende poging om in kaart te brengen welke plaats de Bijbel inneemt in de verschillende geloofstradities. Hoe werkt die Bijbel nu in de praktijk? Iedereen roept nu wel dat het zo’n belangrijk boek is, maar wordt dat ook daadwerkelijk beleefd? Ik mocht dus iets schrijven over de protestanten. Het leek me niet zo interessant om te proberen het hele terrein in grote lijnen te schetsen. Ik heb ervoor gekozen om twee aansprekende voorbeelden te beschrijven: de heftige en zeer uiteenlopende reacties op de Nieuwe Bijbelvertaling en de kort oplaaiende en ook weer snel gesuste kwestie rondom de vrijgemaakte prof. Harinck die al te vrijmoedig sprak over zijn omgang met de Bijbel.