Simson in de film

Ik had ooit al eens over Simson en Delila in de film geschreven in het boek dat ik in 2004 samen met Cees Houtman schreef over de geschiedenis van de uitleg van Rechters 13-16: Ein Held des Glaubens?, met daarin een hoofdstuk over twee films. Daar kon ik onlangs dankbaar gebruik van maken voor mijn bijdrage aan het nummer van Schrift over Bijbel en media over de manier waarop figuren zoals Mozes, David en Simson als mooie mannen en tegenspeelsters als Batseba en Delila als nog mooiere, maar ook gevaarlijke vrouwen worden verbeeld. Dat ging vooral over oudere films. Onlangs werd daar een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd in een recente film over Simson. Men vroeg mij vanuit het Nederlands Bijbelgenootschap om daar een blog over te schrijven. Wat een slechte film!

De beste leider is een vrouw

De titel van dit bericht (dat ik schrijf in een periode dat er binnen de Christelijk Gereformeerde Kerken gediscussieerd wordt over de vrouw in het ambt) zou je kunnen zien als de boodschap van het boek Rechters. Vele leiders passeren daarin de revue. De eerste, Otniël, is misschien wel de beste. Er is in ieder weinig op hem aan te merken (zie 3:9-11). Daardoor blijft hij wel wat kleurloos en hij is ook duidelijk minder daadkrachtig dan zijn vrouw Achsa (zie 1:13-15). De andere leiders vallen in toenemende tegen. Er is er maar één die in alle opzichten voldoet. En dat is Debora. Zij lijkt van alle rechters en bevrijders ook nog het meeste op Samuël, die met Mozes en Jozua als de beste leiders van Israël gezien kan worden. In een bijdrage aan een bundel over het (her)schrijven van de geschiedenis in het oude Nabije Oosten betoog ik dat Samuël als prototype van de rechters opgevat kan worden. Net als Samuël combineert Debora haar functie als rechter met het ambt van profeet. Het zet je aan het denken over de bijbelse criteria voor goed leiderschap. Volgens velen (zoals in de Christelijk Gereformeerde Kerken) is dat gebonden aan het geslacht. Ze verwijzen daarbij naar Paulus. Ze achten het goed bijbels om dat voor altijd na te volgen. Maar is het niet ook goed bijbels om te bedenken dat God als het aankomt op de keuze voor een goede leider niet kijkt naar de buitenkant, maar naar het hart? Dat is trouwens ook iets wat Samuël nog moest leren (zie 1 Samuël 16:7). Dus wellicht komen de heren synodeleden nog tot inkeer.

Overigens zal het u als u de moeite neemt om naar de genoemde bijdrage te kijken opvallen dat in de bundel bijna alle bijdragen door mannen zijn geschreven. Tijdens het symposium dat eraan ten grondslag ligt was er zelfs geen één bijdrage door een vrouw. Daar is toen nog wel de nodige ophef over geweest. Eén (mannelijke) deelnemer trok zich daarom zelfs terug. De organisator verdedigde zich door aan te geven dat hij wel degelijk ook vrouwen had uitgenodigd, maar dat ze blijkbaar geen tijd of interesse hadden. Er waren overigens tijdens het symposium wel vrouwen aanwezig. En zij beperkten zich niet tot het schenken van koffie (zoals dat wel gebeurt in de synodevergadering van de CGK; zie de foto bij dit artikel in het Reformatorisch Dagblad!).

Wat maakt Debora dan zo’n goede leider? Volgens het verhaal is dat het feit dat zij luistert naar God en vervolgens ook in actie komt. De man die dat zou moeten doen, Barak, durft dat niet aan. Debora laat hem er niet mee weg komen. Ook de stammen van Israël spoort zij aan om niet in hun aarzelingen te blijven steken.

De Debora’s van nu hebben gelukkig al heel wat stammen binnen de Gereformeerde gezindten in beweging gebracht; onlangs nog de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Ik ben benieuwd met wie de Christelijk Gereformeerde stam zich het beste laat vergelijken: met Ruben die niet meedeed, “want zijn overleggingen waren vele” (Rechters 5:16) of met Zebulon, “dat zijn leven op het spel zette” (5:18) door zich niet te laten leiden door de dreigingen van de internationale “broeders”.

De kunst van het recenseren

In korte tijd na elkaar werden er een viertal door mij geschreven recensies gepubliceerd: in het tijdschrift Schrift een recensie van A. Huijgen, Lezen en laten lezen (2019), in de Review of Biblical Literature een review van C. Berner & H. Samuel (eds), Book-Seams in the Hexateuch I: The Literary Transitions between the Books of Genesis/Exodus and Joshua/Judges (2018) en in het Journal for the Study of Judaism een review van R.X. Gauthier et al. (eds), Septuagint, Sages, and Scripture (Fs Johann Cook) (2016) en ook nog een review van H. Najman et al. (eds), Tracing Sapiential Traditions in Ancient Judaism (2016).

Het is de kunst van het recenseren om de publicatie recht te doen door haar goed samen te vatten en aan te geven in hoeverre zij bijdraagt aan het voortgaande onderzoek. Dat lukt natuurlijk het beste wanneer het een onderwerp betreft waar je zelf ook mee bezig bent. Dat was vooral bij de twee eerst genoemde boeken het geval. Huijgen schrijft evenwichtig (maar wat mij betreft ook al te voorzichtig) over de spanning tussen geloof en wetenschap bij het interpreteren van de Bijbel. In mijn colleges inleiding Oude Testament is dat voortdurend aan de orde. Het is iets waar conservatieve studenten mee worstelen. Ik hoop ze over hun koudwatervrees heen te helpen. Huijgen probeert hetzelfde bij zijn doelgroep, die zich voornamelijk binnen de Christelijk Gereformeerde kerk bevindt.

Het boek Book-Seams in the Hexateuch over de manier waarop de boeken Genesis en Exodus en de boeken Jozua en Rechters met elkaar zijn verbonden was voor mij vooral interessant wat betreft het tweede paar. Als dit als voorbeeld moet gelden van de wetenschappelijke omgang met de Bijbel, kan ik me de argwaan van conservatieve Bijbellezers wel voorstellen. Het is heel geleerd en heel minutieus, maar het is ook uitermate speculatief, waarbij de geleerden (meest Duitse heren) op basis van dezelfde argumenten tot heel verschillende conclusies komen. Het zou je de zin en de moed benemen er nog langer op te studeren. Ik vat het op als een aanmoediging om het ook eens over een andere boeg te gooien. In zekere zin was het dan ook een bevestiging van de door mij gekozen aanpak in het binnenkort te verschijnen commentaar op Rechters. Dan is het mijn beurt om te wachten op de recensies en te hopen op een reviewer die de kunst van het recenseren verstaat.

Vrouwen, geweld en Simson in Lviv

Eind maart 2019 verbleef ik een week in Lviv (Oekraïne) om lessen en lezingen te geven aan de Katholieke Theologische Universiteit aldaar. Een verslag daarvan is te vinden op de website van de PThU. Daarin staat ook een link naar een opname van mijn lezing over vrouwen, geweld en het boek Rechters. Ook van mijn andere lezingen zijn opnames gemaakt die voor iedereen toegankelijk zijn: over Bijbel en geweld en over Simson in de kunst. De colleges (niet op film) gaf ik aan eerste jaars studenten (waaronder priesters in spe). Die gingen over het boek Rechters (over geschiedenis en theologie). Het moge duidelijk zijn dat ik niet onder stoelen en banken heb gestoken dat ik deze tijd heel intensief met mijn commentaar op het boek Rechters bezig ben. De Engelse versie komt er aan. De Nederlandse ligt er al een tijdje, maar de Engelse is ook veel meer dan een vertaling. Ik word nog steeds geïnspireerd door de lezing van het boek en heb dat hopelijk ook goed in Lviv over kunnen brengen.

De Bijbel verouderd?

Voor het Bijbelblog van de PThU schreef ik een tekst in de serie over de vraag of de Bijbel verouderd is. Daarvoor gebruikte ik een deel van het hoofdstuk dat ik schreef voor de Bundel “De Bijbel in Nederland”.  Ik kom hiermee voor de dag met een tamelijk radicaal standpunt over de aard en het gezag van de Bijbel. Het is echter een misverstand dat dit afbreuk zou doen aan de waarde van de Bijbel. Integendeel, het is gebaseerd op mijn op ervaring gestoelde overtuiging dat de Bijbel een kostbare bron van inspiratie is. Die moet hartstochtelijk verdedigd worden tegen de misvatting dat die bewaard moet blijven door krampachtig vast te houden aan de achterhaalde wereld- en Godsbeelden uit de tijd waarin zij is geschreven.

Bij de presentatie van het boek in een symposium op 9 maart 2019 hield ik een lezing, waarin ik in zekere zin nog verder ga, omdat ik daar ook inga op vragen rondom historische betrouwbaarheid, inclusief de vraag naar de opstanding van Jezus.

Leiderschap

Aan cursussen over leiderschap is er geen gebrek. Ook de PThU draagt er aan bij met cursussen in de Permanente Educatie. Er wordt daarbij vaak verwezen naar voorbeelden van succesvolle leiders in heden en verleden. Ook uit de Bijbel wordt er geput. Met name Mozes geldt als een voorbeeldig leider (zie het recente boek van Marcel Poorthuis, Managen met Mozes). Omdat zijn verhaal ook nog eens deel uitmaakt van een gezaghebbend boek spreekt het velen aan. Hoe terecht is dat eigenlijk? Kan men de Bijbeltekst daar zomaar voor gebruiken? Ik aarzel en zal dat hieronder toelichten. Ik denk wel dat de Bijbel ons bij dit onderwerp kan inspireren. Op basis van de verhalen over Gideon schreef ik er een Bijbelblog over. Voor Schrift schreef ik onlangs ook nog een column over geestelijk leiderschap

Bijbel en geweld

Houdt het dan nooit op? De Bijbel vertelt dat zo’n beetje het eerste wat de mens kan bedenken is om zich af te zetten tegen de ander. Adam keert zich tegen Eva en Kaïn voegt de daad bij het woord tegen Abel.

Men blijft beweren dat godsdienst geweld bevordert. Ik blijf daartegen protesteren, omdat ik niet wil ophouden te blijven op de kracht tot vrede die juist ook in godsdienst te vinden is. Ik was blij met de mogelijkheid om er weer over te schrijven in de bundel die onlangs is gepubliceerd. In goed gezelschap mag ik laten zien dat juist ook het verhaal over de geweldenaar Simson het zaad van vrede in zich draagt.

Wijn als troost

Om de zoveel tijd worden er onderzoeksresultaten gepubliceerd waaruit blijkt dat het drinken van alcoholhoudende dranken gezond/een beetje gezond/ongezond is. Onlangs was het weer raak, maar het bericht dat een enkele glaasje wijn gezond is was ook al eerder tegengesproken, zoals in dit bericht uit 2010. In Trouw reageerde Ephimenco op 14 april met een hartstochtelijk pleidooi voor de erkenning van de zegeningen van wijn. Zijn uitsmijter was een verwijzing naar het wonder van Kana, waarbij Jezus water in kwalitatief uitstekende wijn veranderde. Bijbels is daar nog veel meer over te zeggen. Enige tijd geleden heb ik de teksten over wijn in de Bijbel en de wereld daaromheen op een rijtje gezet voor een studiedag van Ex Oriente Lux. Dit “Vooraziatisch-Egyptisch genootschap” gaat met zijn tijd mee. Het archief van zijn tijdschrift Phoenix staat inmiddels ook online. Daar is mijn bijdrage over “Wijn als troost in leven en in sterven” in nr. 37.1 (1991) ook te vinden. Het artikel staat ook mijn pagina met publicaties. Ik heb er nu ook een blog over geschreven voor de website van de PThU. Het werd ook gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 26 juni 2018.

Amsterdamse School

Op facebook was er de afgelopen tijd een interessante, door Marcel Poorthuis aangezwengelde discussie over de zogenaamde “Amsterdamse school” op het gebied van de exegese van de Hebreeuwse Bijbel. Het was de aanleiding voor een symposium (de bijdragen zijn gepubliceerd in een nummer van In de waagschaal). Een aardig beeld van waar die “school” voor stond en staat wordt gegeven in de onlangs gepubliceerde bundel naar aanleiding van het 55-jarig bestaan van de ooit door Martin Beek opgericht Societas Hebraica Amstelodamensis, met bijdragen van alle voorzitters en met een overzicht van alle publicaties en lezingen.

De bundel is nu voor een habbekrats (€ 10; € 7,50 voor studenten) te krijgen; te bestellen door een berichtje te sturen naar kspronk@pthu.nl.

“Amsterdammer”

Dit jaar bestaat de Societas Hebraica Amstelodamensis 55 jaar. Bij die gelegenheid publiceerden we een bundel met teksten van alle voorzitters die de SHA in de loop der jaren heeft gehad. We zochten daarbij naar stukken die typerend geacht mogen worden voor hun werk. Sinds 2009 mag ik de club voorzitten en werd ik dus geacht wat kenmerkends bij te dragen. Nu ben ik eigenlijk niet een echte “Amsterdammer”. Ik geef er wel les in het Oude Testament en ik houd me ook enthousiast bezig met Bijbelse theologie, maar mijn theologische en wetenschappelijke wortels liggen in Kampen en dat is toch een andere wereld. Daar staat tegenover dat ik me in het verleden nogal eens met Bijbelvertalen heb bezig gehouden en als er iets is wat de gemoederen bezig kan houden in dit gezelschap dan is dat het wel. Berucht zijn de heftige discussies over de vertaling uit 1951, onder de vurige leiding van Frans Breukelman, en over de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. Mede naar aanleiding van de NBV had ik ooit meegewerkt aan een bundel over de kunst van het Bijbelvertalen en daarin iets geschreven over de relatie tussen vertalen en theologische vooronderstellingen. Het bij de presentatie van de NBV genoemde ideaal dat vertalen voorafgaat aan de theologie blijkt in de praktijk niet altijd haalbaar. Een mooie “Amsterdamse” gedachte.

Toch zat me hier nog iets dwars en dat heb ik in de jubileumbundel dan ook maar opgebiecht. Ik heb het indertijd publiekelijk voor de NBV opgenomen. Daar sta ik nog steeds achter. Er is van alles op de vertaling (zoals op elke vertaling) wat aan te merken, maar de NBV is duidelijk over haar uitgangspunten en die zijn ook consistent toegepast. Dat gebruikte ik als argument in mijn advies in 2010 aan de synode van de Protestantse Kerk in de discussie over de vraag of de NBV naast de Statenvertaling en de NBG vertaling 1951 de status van kanselbijbel kon krijgen. Bij die gelegenheid (ik mocht de synode toespreken) stelde ik dat Karel Deurloo, fel tegenstander van de NBV, het daar wel mee eens zou zijn. En daar heb ik nu spijt van. Mijn illustere voorganger als voorzitter van de SHA had geen toestemming gekregen om die bewuste synodevergadering toe te spreken. Hij had het achteraf gezien ook niet gekund, want kort daarvoor was hij getroffen door een hersenbloeding. Juist daarom wilde ik hem nu ook noemen. Niet om te suggereren dat hij teruggekomen was op zijn kritiek. Dat zou onzin zijn. Niet voor niets had hij er een boos boek vol over geschreven. Ik wilde aangeven dat hij met wel mij eens zou zijn dat de ideale Bijbelvertaling er niet is en dat we vooral ook behoefte hebben aan blijvende deskundigheid (een goede opleiding dus) en aan discussies op basis van deugdelijke argumenten. Gezien boze reacties die ik later uit het “Amsterdamse” kamp kreeg, kwam die nuance niet helemaal of misschien ook wel helemaal niet over.

Nu we het er toch over hebben, bij de discussie in de synode speelde ook de aangekondigde herziening van NBV een rol. In de open brief van tegenstanders van de NBV als kanselbijbel werd voorgesteld om eerst die herziening af te wachten en te bezien of er bij die gelegenheid voldoende tegemoet gekomen zou worden aan de vele geopperde bezwaren. Ik hield de synodeleden voor dat dit weinig zin had. Een herziening betreft alleen de manier waarop men is omgegaan met de uitgangspunten van de vertaling. Dat zal nooit meer opleveren dan marginale aanpassingen. De uitgangspunten zelf zullen niet ter discussie worden gesteld. Nu dan het proces van herziening dit jaar met de nodige publiciteit is opgestart zal men dat bevestigd zien. Het herstel van de eerbiedskapitalen is een signaal dat het NBG kritiek op de vertaling serieus wil nemen, maar laat men vooral niet verwachten dat het gewraakte NBV principe van gangbaar Nederlands overboord wordt gegooid.