Bundel bundels

Vele maanden is er aan gewerkt. Het begon ooit met een klein congres. Zo’n bijeenkomst vergt al veel tijd en energie aan voorbereiding. Daar komt heel wat bij als je dan ook nog de bijdragen wilt publiceren. Doorgaans blijft het dan ook niet bij één congres(bundel). Het afgelopen jaar liepen er vele processen door elkaar. Bij drie daarvan was/ben ik als uitgever en auteur betrokken, bij nog eens twee alleen als auteur. De mooiste momenten in zo’n proces zijn aan het begin en het eind. Als het goed is beleef je bij de start iets van inspiratie bij het schrijven van je bijdrage. Heel fijn is aan het slot het moment wanneer je na alle schermutselingen met auteurs en uitgever het boek in handen hebt. Dat laatste overkwam me de afgelopen week twee keer.

Eerst ontving ik de bundel Fragile Dignity. Dat zijn bijdragen aan het lang lopende project van de PThU en de universiteit van Stellenbosch over menselijke waardigheid. Ik schreef daarvoor iets over de manier waarop het idee van de mens als beeld van God een rol speelt in de discussie. Dat kan veel spannender en kritischer dan doorgaans gebeurt.

Enkele dagen later kreeg ik de fraaie bundel Challenges and Perspectives in huis. Dat is een van de vruchten van ons NWO project over Byzantijnse Bijbelhandschriften. Voor mij is dit de fascinerende kennismaking met een heel andere omgang met de Bijbel. Hier ontmoeten de Westerse en Oosters-Orthodoxe benadering elkaar. Daarover gaat mijn bijdrage.

Conjectural

Het zal me mijn leven lang wel blijven achtervolgen. In 1986 ben ik gepromoveerd op een studie over het leven na de dood. Sindsdien geldt ik als deskundige op een terrein waarop men slechts iets met zekerheid kan zeggen over wat anderen erover zeggen.
Afgelopen zaterdag hield ik er een lezing over in Almere. Vandaag ontving ik een nummer van “Tijdschrift voor verkondiging” waarin ik schrijf over het geloof in de opstanding der doden naar aanleiding van het vreselijke verhaal in 2 Makkabeeën 7. TVV 10 nov 2013Tussendoor trof ik mijn naam aan in een voetnoot (nr. 7) in een artikel in het Bulletin of the American Schools of Oriental Research. BASOR 369Daarin word ik geschaard onder de mensen die een “conjectural reconstruction” geven van de dodencultus in het oude Nabije Oosten. Het is goed dat mensen zoals ik daarin gecorrigeerd worden, zo staat er bij.
Misschien moet ik bij een volgende uitnodiging maar wat terughoudender zijn.

Inmiddels is er in het “magazine voor Protestants Almere”, Spirit, een artikel van mij over dit onderwerp gepubliceerd.Leven na de dood – SPIRIT nov 2013

250 woorden, Wesselius en Ibzan

Op vrijdag 17 mei was er een symposium ter gelegenheid van het afscheid van Jan-Wim Wesselius. Bij die gelegenheid boden we hem een bundel aan. Dat was niet zoals gebruikelijk een kloek Festschrift met lijvige, wetenschappelijke bijdragen van de collega’s. Het ontbrank in deze situatie aan voldoende voorbereidingstijd voor zo’n groot project. In plaats daarvan heb ik mij laten inspireren door de bijdragen die Jan-Wim indertijd zelf leverde aan het blad voor de Theologische Universiteit, Universalia. In 250 woorden beschreef hij een interessante kwestie. Aan de betrokken collega’s heb ik gevraagd om voor Jan-Wim hetzelfde te doen. Dat leverde een heel aardig speciaal nummer van Universalia op. Het bleek daarbij wel dat veel collega’s grote moeite hadden om binnen de gestelde grens te blijven. Een aantal van het ging er daarom ook ruim over heen.

Mijn bijdrage, naast het nodige redactionele werk, bestond uit een stukje in precies 250 woorden over de richter Ibzan. Ik was met Ibzan bezig geweest in het kader van mijn werk voor The Encyclopedia of the Bible and its Reception. Het is een hele eer om aan zo’n groots opgezet werk te mogen meedoen. Maar door de strikte opzet van zo’n encyclopedie is er zeer weinig speelruimte. Voor het artikel over deze richter had is slechts 70 woorden. Dat betekende dat ik voor mijn gevoel voor de bundel voor Wesselius flink kon uithalen.

Verzoening

Voor het Paasnummer van Christelijk Weekblad schreef ik op verzoek van de redactie een stukje over verzoening. Het moge trouwe lezers van dit weblog duidelijk zijn dat een dergelijk binnen de christelijke dogmatiek zwaar beladen thema nu niet iets is waar ik graag de tanden in zet. Geef mij maar een inspirerende Bijbeltekst. Een onlangs door mij gegeven cursus in het post-academiale onderwijs bracht echter uitkomst. Met een groep enthousiaste predikanten had ik mij gebogen over de verhalen in de boeken Samuël over David. Het was me weer eens duidelijk geworden hoe mooi die verhalen in elkaar zitten. Dat merk je aan allerlei thematische lijnen die zichtbaar worden als je de teksten in hun bredere verband leest. Ik besefte dat ook het thema verzoening een mooie invalshoek bood om nog eens naar die opmerkelijke geschiedenis van David en zijn zonen te kijken.

Water

Op vrijdag 22 maart was het wereldwaterdag. Onze kroonprins gaf bij die gelegenheid voor de laatste keer acte de présence als watermanager bij de VN. Ik mocht – niet gehinderd door veel kennis op dit terrein – een bijdrage leveren aan een watersymposium van de Nederlandse Raad van Kerken. Ik heb me daarbij niet gewaagd aan een analyse van het probleem. Dat kon ik gelukkig aan anderen overlaten (zie het verslag). Daarbij raakte ik wel onder de indruk van het probleem. Het baart mij grote zorgen, waarbij ik dan vooral denk aan grote delen van de mensheid voor wie bruikbaar water veel minder vanzelfsprekend is dan voor mij. Ik vrees dat dit ook zal gaan gelden voor mijn kinderen en kleinkinderen (ik gebruik het meervoud hier wat voorbarig, maar verwacht het tweede wel binnen een maand).

Ik beperkte mij in mijn bijdrage tot de vraag wat we vanuit onze christelijke traditie kunnen bijdragen aan de discussie. Zou hier ook iets van een profetisch geluid kunnen klinken? Ik denk het wel, maar zie het niet als mijn opdracht (ik ben geen profeet) om dat nu heel precies in te gaan vullen. Ik mag slechts hopen dat de juiste mensen gaan nadenken over de juiste vragen.

Godsdienst en geweld

Op de Vrije Universiteit gaf ik net als vorig jaar in februari een gastcollege over godsdienst en geweld in het Oude Testament. Zie hier de powerpointpresentatie die ik daarbij gebruikte. Ik heb me al eerder met dit thema bezig gehouden. In 2009 hield ik er een lezing over in Jakarta en ook een in Stellenbosch. Eerder schreef ik er een stukje over in het tijdschrift Interpretatie en later nog eens voor het Ouderlingenblad. Ook omdat ik me eerder bezig gehouden heb met de boeken Jozua en Nahum en nu werk aan een commentaar op Rechters – allemaal Bijbelboeken vol geweld – is het een thema dat me bezig blijft houden. In Amsterdam betoogde ik dat door de inbreng van godsdienst het (oorlogs)geweld kan radicaliseren, maar dat men op basis van godsdienst het vijandsbeeld juist ook kan relativeren. Het misbruik dat via het legitimeren van geweld gemaakt kan worden van God en godsdienst neemt niet weg dat God en godsdienst ook belangrijk kunnen zijn bij het zoeken naar vrede.

Dogmatiek en Bijbel

In de tijd na Kerst en jaarwisseling is het doorgaans wat rustiger aan de universiteit. Dat biedt de ruimte om ook eens met wat andere zaken bezig te zijn. Dit jaar is die ruimte ingenomen door de dogmatiek. Ik had me door Dick Vos laten verleiden om voor het januari nummer van Woord & Dienst iets te schrijven over het boek van Gijsbert van den Brink en Kees van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Dat heb ik geweten! Ik had beloofd iets te schrijven over het gebruik van de Bijbel. De rol van de Bijbel binnen het christelijk geloof wordt in het boek beschreven in hoofdstuk 13, maar ik had me voorgenomen om de gelegenheid aan te grijpen om me weer eens door een volledige dogmatiek heen te werken. Al snel bleek ook wel dat ik moeilijk anders kon, omdat vanaf het begin de Bijbel een centrale rol speelt. Heel mooi natuurlijk, maar op een of andere manier werd ik er niet blij van. Niet dat er zoveel dingen over de Bijbel gezegd worden waar ik het niet mee eens ben. Ik heb er ook een positief stuk over geschreven. Mijn probleem betreft meer de manier waarop er over dat hele scala aan geloofsvoorstellingen wordt geschreven. Wat weten ze dat allemaal toch goed! Waar halen ze het vandaag? Moet ik dat allemaal geloven? Ik word er niet geloviger van. Het inspireert me niet. En dat is nu juist wat ik – gelukkig – wel heb met Bijbelverhalen. Wat zegt dat over deze dogmatiek? Wat zegt dat over mij? Ik denk er veel over na in deze dagen en ben er nog niet uit.

Advent

Al sinds mijn studietijd schrijf ik exegetische stukjes voor homiletische tijdschriften. Het begon ooit in 1981 met De eerste dag. Daarna volgden (in willekeurige volgorde) Kind op zondag, Postille en Woord in Beweging. Aan dit mooie rijtje kan ik nu Tijdschrift voor verkondiging toevoegen. Voor het november/december-nummer van dit jaar schreef ik de inleiding op de preek voor de vierde advent.

Ugarit en Syrië

Nu ik met de PThU naar Amsterdam ben verhuisd doet zich de mogelijkheid voor om weer wat meer met mijn oude liefde Ugarit en het Ugaritisch bezig te zijn. In samenwerking met de faculteit Oudheidkunde geef ik het college History of the Levant en vanaf februari Ugaritisch. Onlangs gaf ik een overzicht over de geschiedenis van deze oude handelsstad waar de opgravers zoveel boeiende teksten hebben gevonden. Behalve de administratieve zijn dat ook fascinerende religieuze teksten. Men vond er ook vele brieven. Op basis daarvan laten zich soms mooie verhalen vertellen, zoals over een affaire rondom de koningen. Enige tijd geleden heb ik dat nog eens op een rijtje gezet in een bijdrage aan de Kamper Bijbeldagen (daar kon het dus ook!).

Het is wel raar om te bedenken dat de mensen die nu in dat gebied wonen heel andere zorgen hebben. De burgeroorlog in Syrië duurt maar voort en lijkt alleen maar wreder te worden. Een heel klein stukje van de zorgen betreft de vraag wat er overblijft van het rijke historische erfgoed. Hierbij een treurig stemmend overzicht.

De Bijbel over Kerk en Israël

De bespreking van ons boek is redelijk goed verlopen. Zie mijn verslag in Christelijk Weekblad. Het was onvermijdelijk dat al snel de oude stellingen werden betrokken. Toch was er ook wel enige openheid. In ieder geval stelden sommigen zich enigszins kwetsbaar op. Tot een inhoudelijke discussie kwam het nauwelijks. Eén van de inleiders hield een enthousiast verhaal over het (door mij aangedragen) artikel van Shaul Magid, die wijst op de subversieve kracht van de Bijbel. In mijn bijdrage sluit ik daar op aan. Het gebruik van de Bijbel ter ondersteuning van de eigen argumenten werkt over het algemeen slecht en leidt alleen maar tot verharding van de standpunten. Het zou veel beter zijn en men zou ook de Bijbel meer recht doen wanneer hij de kans kreeg om je tegen te spreken. In ditzelfde kader was het interessant dat er ook aandacht was voor de grote rol van het apocalyptische denken binnen deze hele discussie. Het speelt een grote rol bij Christenen voor Israël, maar je vindt het ook in een islamitische variant bij de presidant van Iran. Binnen de Bijbel is deze opvatting over de manier waarop God ingrijpt in de geschiedenis niet onomstreden en zeker niet het hele verhaal.