Profeten en Kerst

Over Kerstmis moet je niet zeuren. De kritiek over gebrek aan diepgang is voorspelbaar en heeft daarom weinig overtuigingskracht. Wat mij zelf helpt om de zin van het feest te zien en om het goed te vieren, is de profeten aan het woord te laten. Hierbij heb ik de versregels uit Gezang 284:1 in mijn hoofd:

“opdat de mensen weten

uw heilige profeten

zijn niet verblind geweest”.

Voor Centraal Weekblad en voor het Kerkblad van IJsselmuiden schreef ik stukjes waarin ik probeer het profetische geluid te laten klinken. Niet om het feest te bederven, maar om het voluit te vieren.

NBV Studiebijbel

Deze week is de NBV Studiebijbel officieel gepresenteerd. Het is een mooi boek geworden. Dat was ook wel te verwachten, want er is lang aan gewerkt. Dat kan ik weten, want ik heb er ook enkele stukjes aan bijgedragen en wel aan Nahum, Habakuk en Zefanja. De kopij had ik al twee jaar geleden ingeleverd. Behalve mijn bewondering voor de fraaie uitgave heb ik ook mijn aarzelingen. Dat geldt niet zozeer voor dit boek, maar meer de vraag of het wel verantwoord is een Bijbel uit te geven zonder goede begeleiding. De NBV verscheen in 2004. De studiebijbel met de hoognodige aantekeningen kwam pas vier jaar later. Dat had wel eerder gemogen. Over dit onderwerp schreef ik een stukje voor Centraal Weekblad.

De hemel en ons aardse leven

Voor het boekje Wie kan er aarden hier beneden?: over de betekenis van de hemel schreef ik een bijdrage over de manier waarop in het Oude Testament aangekeken wordt tegen de hemel. Ooit (in 1986) heb ik in mijn proefschrift betoogd dat het geloof in een leven na de dood en de hoop op Gods ingrijpen daarbij een veel grotere plaats innam in de godsdienst van het oude Israël dan de weinige teksten hierover in het Oude Testament doen vermoeden. Daar ben ik nog steeds van overtuigd. Dat neemt niet weg dat ook duidelijk is dat de lezer in het Oude Testament voortdurend naar het aardse leven wordt verwezen. Het geloof in een hemel en de hoop op een zalig leven na de dood staan niet op zichzelf. Het is niet zinvol om over dit onderwerp te gaan speculeren. Als erover gesproken wordt dan is het bedoeld om van daaruit de gelovige mens te helpen haar/zijn plek te vinden in dit aardse leven.

Over leesroosters en Jozef

Vandaag, op Israëlzondag, heb ik het leesrooster gevolgd en in de kerkdienst Matteüs 21:33-43 gelezen. Deze gelijkenis over de wijngaard met onwaardige pachters is een prima uitgangspunt voor een zinvolle gedachtewisseling over de moeilijke vraag naar de relatie tussen kerk en Israël. Minder enthousiast was ik over het begeleidende materiaal dat vanuit de dienstenorganisatie van de PKN aan de predikanten was aangeboden. Er zat nauwelijks lijn in en er leek in het exegetische deel onverantwoord geknipt te zijn. Ronduit storend is dat er niet echt gekozen wordt voor een passende lezing uit het Oude Testament. Er wordt volstaan met de vermelding wat er zo al op de verschillende leesroosters staat met een op de klank af geformuleerde poging ze in één zin aan elkaar te plakken.

Dat gebeurt ook met de in het alternatieve leesrooster genoemde lezing uit Genesis 37. Juist op deze zondag begint men met een doorgaande lezing van het verhaal van Jozef. Dat is een mooi initiatief, maar dat wil nog niet zeggen dat deze lezingen nu ook verbonden moeten worden met die uit het gebruikelijke leesrooster. Laat men zich liever concentreren op één verhaal.

Overigens draag ik mijn steentje bij aan dat laatste. Ik heb voor de maand november de exegetische en liturgische toelichting geschreven bij de lezingen uit Genesis 42-45 in Kind op Zondag.

Verwonderen en ontdekken

Vorige week werd het boek Verwonderen & ontdekken: Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs gepresenteerd. Daarin heb ik het hoofdstuk over het Oude Testament geschreven. Dat was een boeiende en leerzame ervaring. Ik ben gaandeweg enthousiast geworden over de in deze didactiek gepropageerde manier van het ter sprake brengen van het geloof en de verhalen die daarbij horen. Een van de hoofdgedachten is dat men hierbij het beste kan aansluiten bij het theologiseren van de kinderen zelf. Het begint met een goed gesprek met kinderen. De informatie die men wil doorgeven moet daarbij aansluiten. Dit heeft ook raakvlakken met de contextuele exegese van de Bijbel. Het leuke van het schrijven voor dit boek was ook dat voortdurend de theorie aan de praktijk gekoppeld moest worden. Als voorbeeld voeg ik hier bij wat ik schreef over de Psalmen. Daarin figureren een onderwijzer en een leerling. Ik heb ze genoemd naar één van mijn zoons, die op dat moment bij ons thuis was, en zijn vriendin.

De Bijbel functioneel

Voor het tijdschrift Handelingen, tijdschrift voor praktische theologie schreef ik een bijdrage over “Bijbel en praktijk in de protestantse traditie“. Het thema van dit nummer is “de Bijbel functioneel” en sluit daarmee aan bij de serie De Bijbel literair, De Bijbel spiritueel en De Bijbel vertaald, waaraan ik ook in toenemende mate heb bijgedragen. “De Bijbel functioneel” is een boeiende poging om in kaart te brengen welke plaats de Bijbel inneemt in de verschillende geloofstradities. Hoe werkt die Bijbel nu in de praktijk? Iedereen roept nu wel dat het zo’n belangrijk boek is, maar wordt dat ook daadwerkelijk beleefd? Ik mocht dus iets schrijven over de protestanten. Het leek me niet zo interessant om te proberen het hele terrein in grote lijnen te schetsen. Ik heb ervoor gekozen om twee aansprekende voorbeelden te beschrijven: de heftige en zeer uiteenlopende reacties op de Nieuwe Bijbelvertaling en de kort oplaaiende en ook weer snel gesuste kwestie rondom de vrijgemaakte prof. Harinck die al te vrijmoedig sprak over zijn omgang met de Bijbel.

Bijbelse theologie in Afrika

Begin 2006 nam ik deel aan een conferentie in Stellenbosch. Met een groep mensen uit Afrika en Europa spraken we over de invloed die onze eigen achtergrond heeft op de manier waarop we Bijbel lezen. Voor het blad van de universiteit schreef ik een verslag. Daarin wordt duidelijk dat meer nog dan de conferentie een kerkdienst in een township grote indruk op mij maakte. Inmiddels is de bundel met bijdragen verschenen: African and European Readers of the Bible in Dialoque: In Quest of a Shared Meaning. Ik schrijf daarin iets over de manier waarop mijns inziens een brug geslagen kan worden tussen de westerse, historisch-kritische Bijbeluitleg en de lezing/toepassing van de tekst in een situatie zoals in Zuid-Afrika. Het is iets wat me sindsdien sterk bezig houdt. Als hoogleraar dient men zich tegenwoordig te profileren. Voor mij is de keus niet moeilijk: ik wil graag verder op deze ingeslagen weg op zoek naar een wetenschappelijk verantwoorde contextuele methode.

Intercultureel Bijbellezen

Op 12 juni 2008 aanvaardde Hans de Wit zijn ambt als bijzonder hoogleraar op de “Leerstoel voor vrede en gerechtigheid”, ingesteld ter gedachtenis en voortzetting van denken en doen van bisschop Dom Hélder Câmara. Ik schreef er een stukje over in Centraal Weekblad. De persoon van “de bisschop der armen” spreekt nog steeds aan. En als dat niet zo is, dan moet hij op een goede manier ter sprake worden gebracht. Voor dat laatste is Hans de Wit zeer geschikt. Hij doet dat o.a. via het wereldwijde project van intercultureel Bijbellezen “Through the Eyes of the Other”. Daardoor komt de Bijbel goed tot zijn recht en leer je elkaar als Bijbellezers in heel verschillende situaties goed kennen. Beide dragen grensoverschrijdend bij aan vrede en gerechtigheid.

Leven en dood

Voor de feestbundel van (de vanwege zijn vriendelijke en deskundigheid zeer gewaardeerde) Marten Stol schreef ik een kort artikel aansluitend bij de thematiek van veel zijn publicaties. Hij heeft boeiende studies gepubliceerd over het dagelijks leven in het oude Mesopotamië en in het bijzonder de gezondheidszorg. Het leek me daarom aardig in te gaan op iets dat me is opgevallen bij het lezen van de Ugaritische mythe van Baäl, namelijk de relatie van deze god van de vruchtbaarheid tot de god van de dood. Ze vechten een strijd uit op leven en dood. Nu eens wint de een, dan weer de ander. Men zou verwachten dat in de mythe van Baäl uiteindelijk de god van het leven als overwinnaar uit de bus komt, maar als je goed leest zie je dat de strijd onbeslist blijft. Dat is ook levensecht.